“A trip down memory lane” and back to nowadays

“Oude liefde roest niet”

In dit artikel wil ik even terugstappen naar mijn studietijd waarbij de “liefde voor film” en doka technieken is ontstaan en hoe dit leerproces de fotografie stijl van Lumiart 2.0 vandaag de dag nog steeds zeer sterk heeft beïnvloed. “Oude liefde roest niet” zullen we maar zeggen want fotografie begon bij mij op filmmateriaal waarbij je tijdens je studie als fotograaf onlosmakelijk aan moest verbinden om een voorspelbaar resultaat te krijgen want schermpjes om de beelden na te kijken waren er toen niet. Alleen de echte professionele reclame- & mode fotografen konden in die tijd een proef te maken door gebruik te maken van een polaroid achterwand(direct klaar systeem) dit systeem kan ook alleen worden gebruikt op een aantal middenformaat systeemcamera’s met verwisselbare filmcassette of technische camera’s die gebruik maakte van een losse 4×5 of 8×10 inch filmcassette waarbij iedere cassette en filmtype weer anders was, deze gigantische investeringen moesten ook weer worden terugverdient en waren alleen weggelegd voor goed betaalde commerciële fotografiebedrijven die veelal voor grote merken in de markt werkten. Daar kon ik voorlopig alleen maar van dromen dus om alle opdrachten van school uit te voeren was het strikt noodzakelijk een eigen doka te hebben waarin je niet alleen je filmpjes ontwikkelde maar met de vergroter ook je eigen afdrukken maakte. Om kosten te besparen kocht ik vooral in het begin de zwart wit kleinbeeld film(24x36mm) op een rol van 30 meter in een blik die ik in de doka omspoelde naar filmrolletjes van maximaal 36 opnames wat het grootste aantal kon zijn voor een kleinbeeldcamera en wat ook nog paste in de spoel van de ontwikkeltank. Wat volgde was een eindeloze maar zeer nuttige studie en experimenten met diverse soorten ontwikkelaars en ontwikkeltijden waarin een constante temperatuur ook nog van belang was totdat je uiteindelijk tot het beste resultaat kwam voor een bepaalde type film zodat je hiervoor een recept had. Ik werkte toen full time in een fotowinkel waardoor ik midden tussen de nieuwste camera’s zat en vakbladen ben gaan lezen en net zoals nu het formaat en resolutie van je sensor belangrijk is voor de kwaliteit en de maximale maat van de print was het toen het formaat van je filmvlak van belang en omdat ik mijzelf graag wilde onderscheiden als professional ben ik toen begonnen te gaan leren werken op een 120mm rolfilm camera. Dat was in eerste instantie op een Mamiya 645 dat met zijn filmvlak van 6,5×4,5 cm beduidend groter was dan mijn kleinbeeld Nikon (FA) met zijn 2,4×3,6cm, omdat op de Mamiya 645 een (verwisselbare)prisma zat en je de camera in liggende en staande positie moest gebruiken hanteerde deze camera buiten zijn grotere formaat en gewicht als een kleinbeeldcamera.  Ik zat uiteraard dicht bij het vuur en zag dat de beste en meest professionele fotografen met een Hasselblad werken, ook uitgevoerd met 120mm rolfilm maar dan op het vierkante formaat van 6x6cm waardoor het buiten liggende en staande uitsnede van 6×4,5 cm ook nog mogelijk was een mooi evenwichtig vierkant formaat af te drukken. Hier zie je dus waar feitelijk het vierkante formaat vandaan komt en waarom wij als fotografen onze composities met de huidige digitale camera’s nog steeds uitsnijden in deze evenwichtige vierkante verhouding, tja “oude liefde roest niet”. Omdat deze camera’s ook nog een verwisselbare achterwand hebben is het mogelijk te wisselen tussen kleur,-zwart wit-, dia film en of verschillende gevoeligheden(ISO), want ja die lag namelijk samen met de kleurgevoeligheid(daglicht) vast voor film. U raad het al want de Mamiya verruilde ik voor een gebruikte Hasselblad 500C met een Sonnar 150mm portretlens en een drietal filmmagazijnen waarmee ik nog jaren heb gefotografeerd, zeker toen digitale fotografie nog in kinderschoenen stond kon de kwaliteit van deze Hasselblad voorlopig hieraan niet tippen. Ook als ik nu deze gescande 120 films weer terug zie denk ik nog steeds, wow!! Een aantal oude meesters en invloedrijke fotografen die mij in die tijd inspireerde en bewonderde zijn onder andere Paul HufHelmut Newton,  Ed van der Elsken, persbureau Magnum , Govert de Roos, fotograaf en cineast Anton Corbijn die weer onlosmakelijk is verbonden en geportretteerd door Stephan Vanfleteren die nog altijd 100% van zijn werk op film schiet, deze laatste drie fotografen zijn nog altijd springlevend en vandaag de dag nog actief met hun vak bezig.

“Hieronder een aantal scans van het volledige negatief met rand waarbij het merk & type aanduiding duidelijk zichtbaar is”

“Zelfportret in de spiegel met mijn Mamiya 645 toen het woord selfie nog niet was verzonnen”.
“Portret met mijn Hasselblad 500C gemaakt tijdens praktijkdagen op school”.

 

 

 

 

 

 

 

“Hier een reeks 6×4,5 negatief stroken uit de Mamiya 645”.
“Een belichtingsreek van de Hasselblad 500C waar mijn toenmalige manual focus Nikon FA op staat, let op de toenemende detaillering in de schaduwpartij”.
“De twee kleine inkepingen boven in het beeld was kenmerkend en dus een handtekening van Hasselblad, als je het negatief recht had zie je dit dus links in beeld. Vaak maskerde men de rand net iets mee voor een mooi zwart kadertje waardoor je ook die handtekening dus ook goed zag”.

“Op zoek naar optimale kwaliteit, onderscheid van hobby- naar professioneel fotograaf”

Om de maximale toonschaal(= detaillering in zowel donkere als lichte partijen) uit de zwart film te krijgen maakte we gebruik van een techniek die is ontwikkeld door Ansel Adams  bekend als het “zone systeem” waarbij we onder andere gebruik maakte van het “pushen en pullen” van een film. Dit betekend dat we bij het overbruggen van zeer hoge contrasten bijvoorbeeld een ISO400 film 2 stops gingen overbelichten dus op ISO100 waardoor we meer detail in de schaduwpartij kregen(zie belichtingstrap filmstrook Nikon camera) maar dit betekende wel dat we de film véél korter of met minder intensiteit moesten ontwikkelen om de detaillering de lichte overbelichte delen te compenseren zodat we hierin geen details zouden verliezen. We hanteerde hierbij de regel; “Belichten op de schaduwpartijen en ontwikkelen op de lichte partijen”. Zo heb ik eindeloze testen gedaan met diverse contrastverschillen met verschillende type film, belichtingen, ontwikkel tijden en verdunningen om een optimaal resultaat te krijgen onder diverse lichtomstandigheden waar ik uiteindelijk gigantisch veel van heb geleerd. Buiten deze technieken tijdens het ontwikkelen van de film heb mijzelf ook nog bekwaam gemaakt met het zogenaamde “doordrukken en tegenhouden” waarbij je tijdens het afdrukken van de foto’s diverse delen korter of langer te belichten waardoor deze delen lichter of donkerder werden. We gebruikten hiervoor vaak onze handen maar sneden of scheurde allerlei vormen uit van karton die we dan plakte aan metalen draad zodat we tijdens het belichten van het papier de vorm in beeld te laten waaieren waardoor we delen op het papier langer of korter konden belichten. Feitelijk waren we dus bezig het “dynamisch bereik” van het filmmateriaal tot het maximale te rekken om de perfectie van het menselijk ook te imiteren, in principe waren we toen al met een vroegere benadering van HDR(High Dynamic Range) fotografie bezig, waarover later meer in dit artikel.

“Lightroom”, van donkere naar lichte kamer

Net zoals veel fotografen al dan niet met een analoge achtergrond die zijn over- of ingestapt naar digitaal is Adobe Photoshop in combinatie met Adobe Bridge en Camera Raw jarenlang leading geweest voor het bewerkingsproces wat in de digitale fotografie ook wel “de workflow” wordt genoemd. Wat bij mij echter gebeurde was dat je vast komt te zitten in gebruiken met het gevolg dat al je werk er een beetje hetzelfde uit gaat zien, dat je de creativiteit van het opnieuw creëren een beetje verliest. Op één of andere manier heb ik Photoshop altijd in vrije creatieve zin als lastig ervaren en heb hierin nooit het oude gevoel en intuïtieve controle gehad wat ik in de doka toen wel had. Om dit stramien te doorbreken heb ik met Lumiart 2.0 de stoute schoenen aangetrokken en buiten de upgrade naar de nieuwste 36MP(megapixel) full frame, dus god zij dank weer op mijn vertrouwde kleinbeeld, heb ik ook de overstap gemaakt naar een Mac en door het Adobe Creative cloud pakket weer eens aanraking gekomen met Adobe Lightroom. Ondanks een eerder gewaagde poging waarbij ik het programma feitelijk had afgezworen ben ik me er toch in gaan vastbijten, na een moeizame start met vele tutorials, een fysieke workshop en uren zelf experimenteren is Lightroom voor mij echt een game changer geworden en heb ik het nabewerken van RAW bestanden nog nooit zo leuk gevonden waarbij het hele gevoel, plezier en enthousiasme wat ik ooit in de doka had hiermee helemaal is terug gekomen.

“Aurora HDR 2017 van Macphun”

Op dat moment ontstond er een kettingreactie en groeide mijn enthousiasme nog meer want ondanks de ruime bewerkingsmogelijkheid van de RAW bestanden en het ruime dynamische bereik van moderne full frame camera’s benaderde sommige opname nog steeds niet het gevoel, diepte, kleur- en lichtintentie van de scène wat ik zag en beleefde tijdens het fotograferen. Dit komt omdat het menselijk oog superieur is aan welke camerasensor dan ook doordat onze ogen zich razendsnel kunnen aanpassen aan licht en donker is het dynamisch bereik van ons blikveld en het kleurenspectrum echter vele malen hoger. Om dit nu juist te simuleren is HDR(High Dynamic Range) fotografie tot leven gekomen waarbij men gebruik maakt van een belichtingstrap van ten minste drie opnames waarbij de software deze opnames boven elkaar stapelt en alle details uit de belichtingsrange haalt en samensmelt tot één afbeelding. Aan de slag met de oplossingen die Lightroom en Photoshop hierin bieden kwam ik niet tot het gewenste resultaat waarbij ik heel veel diepte en kleur miste wat ik dus wel zag bij andere fotografen die ook HDR opnames maakte. Verdere verdieping leerde mij dat deze fotografen software gebruikten die specifiek voor HDR tot in de finesse is ontwikkeld waarbij twee spelers bij mij de voorkeur genoten namelijk Photmatix Pro (Windows & Mac) en Aurora HDR 2017 (tot nu toe alleen voor Mac). Echter na het zien van de beelden van Trey Ratclif die ook nog medeontwikkelaar is van Aurora kwam dit mooi uit met de eerder gemaakte keuze naar een Mac en heb uiteindelijk voor dit pakket gekozen. Het mooie is dat ik Aurora HDR niet alleen stand alone maar ook als plug-in voor Lightroom kan gebruiken en zo de gehele workflow kan beheersen en veel tijd in heb gestoken hierin een compleet eigen stijl te ontwikkelen. Vanuit Lightroom bewerk ik de brackets (belichtingstrap) een beetje voor waarna ze als Tiff worden geëxporteerd naar Aurora HDR die zorg draagt voor de zg. HDR tonemapping en de samengestelde opname weer terug breng naar Lightroom vanwaar eventuele verdere bewerking, meestal lokale aanpassingen of omzetting naar zwart wit of duotoon naar smaak kan worden uitgevoerd. Zo ziet u dat wat voor ontwikkeling ik heb meegemaakt en ik nog altijd even enthousiast en gedreven ben als toen ik begon met fotograferen maar met dit inzicht een geheel eigen stempel druk op mijn stijl van fotograferen gebruik makend van de allernieuwste technologie.

2 Comments

Comments are closed.